Gisele Azad (31) is geboren in Teheran en werkt al bijna tien jaar als creatief consultant in de wereld van selfcare en humanitaire projecten. Tijdens de pandemie nam ze de beslissing haar leven compleet om te gooien en op zoek te gaan naar een plek in de natuur. Voor Vogue.nl schrijft ze elke week een column over wonen in het bos. Deze keer vertelt Gisele Azad hoe door de rust in het bos haar pestverleden weer komt bovendrijven.
In de overlevingsstand
In januari nam ik me voor om weer met een psycholoog te gaan praten. Ik zat bij de huisarts en zei tegen haar: ‘De rust die ik heb door in het bos te wonen is heel fijn, maar ik loop toch ergens tegenaan. De laatste tijd voel ik dat mijn lichaam – zonder aanleiding – in een overlevingsstand schiet. Denk aan hartkloppingen, doemgedachtes en onzekere gevoelens. Gevoelens die bekend voorkomen. Jaren geleden was er namelijk wel een aanleiding voor.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.
Het is nu twee jaar geleden dat ik mijn drukke bestaan in de stad heb omgeruild voor het bos in Drenthe. Een rustig leven in de natuur betekent ook dat ik voor het eerst in mijn leven ruimte in mijn hoofd ervaar – en daardoor geconfronteerd word met mezelf. Of ik het wil of niet, als ik ’s avonds op de bank zit en niks anders hoor dan de uil die al maanden in een van onze bomen zit, voel ik allerlei emoties naar boven komen die me als een grote golf compleet overspoelen.
Gisele Azad over haar pestverleden
Rudmer en ik hebben er uren over gepraat. Al snel werd me duidelijk: dit zijn de gevoelens die ik heb overgehouden aan de verschillende moeilijke periodes die ik heb meegemaakt, waarin ik erg werd gepest.
Bijna mijn hele basisschoolperiode was ik de enige allochtoon. Daarnaast had ik een flamboyante kledingkeuze, een wild kapsel, een unibrow en snorharen. Aan beide armen droeg ik een stuk of twintig bangles en ik was fan van ontzettend wijde broeken, waar ik geregeld over struikelde op het schoolplein. Mijn moeder maakte bijna al mijn kleding zelf, omdat ze dat heel goed kon en omdat het goedkoper was. Kortom, ik was niet te missen op de klassenfoto’s. Ik weet nog heel goed dat kinderen mij een aap in een clownspak noemden. Dat vond ik zó erg. Urenlang zat ik op de wc te huilen. Op een gegeven moment werd het pesten zo erg, dat ik zelfs een tijdje moest stoppen met school.