Op maandagochtend werd het vonnis uitgesproken in een Belgische verkrachtingszaak uit 2023 die flink wat tongen losmaakt. Een Vlaamse gynaecoloog in opleiding is schuldig bevonden aan aanranding en verkrachting van een beschonken medestudente, maar komt er zonder straf vanaf. Geen strafblad, geen gevangenisstraf – de dader moet slechts een karige schadevergoeding van zo’n 3.500 euro betalen. Hoe kan zoiets gebeuren?
Gynaecoloog in opleiding krijgt opschorting in verkrachtingszaak
Toen het nieuws gisteravond echt begon door te dringen, kon ik als vrouw én leeftijdgenoot niet anders dan intens verdrietig en boos zijn. In sommige delen van de wereld gaat het beter met vrouwenrechten, maar de positie van de vrouw in de huidige maatschappij staat nog steeds onder druk. Met Trump aan het roer in de VS wordt het vrouwen moeilijker gemaakt om abortus te plegen, en de huidige ontwikkelingen in Afghanistan vertellen ons dat vrouwen niet eens meer mogen spreken in het openbaar. Klinkt wellicht als een ver-van-mijn-bedshow, maar dit soort schrijnende gebeurtenissen zijn het bewijs dat we er nog lang niet zijn.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.
Een opschorting in een verkrachtingszaak, waarin het vonnis luidt dat “de beklaagde onmiskenbaar de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden”, voelt ronduit onaanvaardbaar. De gynaecoloog in opleiding vroeg zelf om een strafvermindering in deze verkrachtingszaak. Waarom? “Omdat een zwaardere veroordeling op zijn strafblad de kansen om gynaecoloog te worden erg verkleint.” Maar is dát niet precies het punt, dat we vrouwen in de toekomst beschermen tegen dit soort mensen. Ook, en misschien wel vooral, in de medische wereld. (Vogue-columnist Gisele Azad schreef deze week toevallig ook al deze column over het gebrek aan kennis van het vrouwenlichaam dat ze ervaarde in de medische wereld.)
Het roept fundamentele vragen op over waar de rechten van de vrouw vandaag de dag eigenlijk staan. Als het rechtssysteem bedoeld is om gerechtigheid te bieden aan zowel daders als slachtoffers – wat zijn we dan in vredesnaam aan het doen? Hoe is het mogelijk dat de toekomst van een dader in een zedendelict belangrijker wordt geacht dan het trauma van het slachtoffer?
‘Een gunstige persoonlijkheid’
De rechter komt tot een eindoordeel zonder straf. Dat heeft te maken met drie factoren: de dader heeft zijn hele leven nog voor zich, hij heeft geen strafblad en is niet eerder in aanraking gekomen met politie of justitie, en hij heeft – ik citeer – “een gunstige persoonlijkheid.” In de woorden van de rechter is de vierentwintigjarige student “getalenteerd” en “geëngageerd.”