stijn-de-vries-up-close-ambitie-is-mooi-maar-de-maatschappij-hoeft-niet-te-bepalen-hoe-ik-mijn-leven-invul-341499
©Stijn de Vries

Stijn de Vries (26) is presentator, fotograaf en schrijver. Ook is hij modejournalist voor Vogue Man en was hij De Mol in ‘Wie is de Mol?’ dit jaar. In zijn columnreeks ‘Up Close’ op Vogue.nl geeft hij elke maand een persoonlijk inkijkje in zijn leven. Deze keer vertelt Stijn de Vries over het verlangen naar succes en de druk die hij, en veel van zijn generatiegenoten, voelen. “Het lijkt nooit genoeg. Het is nooit af.”

Stijn de Vries over zijn verlangen naar succes

Op je twintigste kun je wereldberoemd zijn, maar vijf jaar later overspannen thuis zitten. Terwijl een vijftigjarige al jarenlang in de schaduw leeft, tevreden met wat hij heeft.

Je kunt op je vijfentwintigste smoorverliefd worden en de rest van je leven met dezelfde persoon delen. Iemand anders vindt pas op haar veertigste haar grote liefde en wordt net zo intens verliefd als jij ooit was.

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.

Je kunt de wereld over reizen, je avonturen vastleggen in foto’s, maar jezelf tegelijkertijd in een Filipijns hostel in slaap huilen. Terwijl een vriend nog steeds gelukkig in zijn ouderlijk huis woont.

Je twintiger jaren zijn allesbehalve wat ze lijken. Het is de tijd waarin je overspoeld wordt door existentiële vragen. Ga je door met je master? Stop je met je baan omdat je er niet meer gelukkig van wordt? Zoek je naar liefde? Of koop je een hond, een trouwring en een zwangerschapstest omdat je al maanden probeert zwanger te worden? Spaar je voor een auto of een wereldreis?

Als je op sociale media kijkt, word je bepaald niet enthousiast over je eigen leven. Immers: dat klasgenootje van vroeger heeft al een koophuis, je ex feest zich suf op Bali en je nicht heeft haar doctorsgraad behaald. Slecht heb je het niet, met die leuke kamer, een nieuwe telefoon en een goede baan. Maar het kan altijd beter. Het lijkt wel het motto van deze tijd: altijd meer, altijd beter. We worden overspoeld door keuzes en eindeloze mogelijkheden. Keuzestress is een gegeven. Wat wil je nog bereiken? Wanneer is het goed genoeg?

Verlangen naar succes

Ik heb een boek geschreven. Ik deed mee aan Wie is de Mol? – mijn favoriete programma. Ik woon in een fijn appartement. Ik verdien mijn brood met schrijven, fotograferen, presenteren en acteren: dingen die ooit onbereikbaar leken. Ik heb gezonde ouders, lieve zussen, en goede vrienden. Ik heb geld om elke dag warm te eten en te douchen. Mijn kast is zo vol dat ik de komende jaren niets nieuws hoef te kopen. En toch verlang ik naar nieuwe sneakers. Ik wil groter wonen, een mooiere auto, nog een boek, meer geld, een flirt, meer reizen, werken bij de radio, een grote filmrol. Het lijkt nooit genoeg. Het is nooit af.

Soms denk ik dat het gewoon in onze aard zit, dat verlangen naar meer. Maar vaker geloof ik dat we met z’n allen deze obsessie voor meer hebben aangeleerd. Ik zie het om me heen, bij vrienden en collega’s. We willen allemaal de nieuwste iPhone, de mooiste fiets, de duurste kleding. We stappen van de ene baan naar de andere zodra we het niet meer helemaal voelen. Bindingsangst lijkt de norm te zijn, en sportscholen puilen uit van jongeren die hun zelfbeeld niet goed genoeg vinden, en daarom maar bewegen tot ze niet meer kunnen, in een poging een ‘perfect’ lichaam te kweken. Als dat altijd maar meer willen deels nurture is, en dus aangeleerd, kun je het dan ook afleren? Zo ja, hoe? En wie heeft het antwoord?

Ambitie is mooi

Ergens ben ik dankbaar voor deze kant van mezelf. Anders zou ik nooit het beste uit mezelf halen en blijven streven naar meer – iets wat me juist veel oplevert. Maar de frustratie die voortkomt uit die altijd aanwezige onvrede mag snel verdwijnen. Ambitie is mooi, maar de druk van de maatschappij – die ratrace – hoeft niet te bepalen hoe ik mijn leven invul. Ja, het is geweldig om jezelf te pushen. Om groot te dromen en die dromen waar te maken. Maar af en toe is het ook nodig om tot rust te komen, je telefoon weg te leggen en jezelf een schouderklopje te geven. Dat moet ik vaker doen. Misschien wel in de vorm van nieuwe sneakers.