Copenhagen Fashion Week staat erom bekend de progressiefste modeweek te zijn, een titel waar ook dit lente/zomer 2025-seizoen weer eer aan doet – niet alleen op het gebied van duurzaamheid, maar ook in het kader van diversiteit en inclusie. Daarvoor hoef je alleen maar te kijken naar de show van de Ierse ontwerper Sinéad O’Dwyer, die als winnaar van de Zalando Visionary Award 2024 de Deense hoofdstad tijdens Copenhagen Fashion Week kennis liet maken met haar bodypositive ontwerpen. Vogue sprak O’Dwyer over haar vooruitstrevende visie, haar (helaas nog zeldzame) aanpak van casting en hoe ze de toekomst voor zich ziet.
Sinéad O’Dwyer op Copenhagen Fashion Week
Na de afgelopen seizoenen in Londen te hebben geshowd, maakte Sinéad O’Dwyer afgelopen week haar debuut op Copenhagen Fashion Week. Dat deed ze als de winnaar van de Zalando Visionary Award 2024, een prijs die in het leven is geroepen door het retailbedrijf om talent met een vooruitstrevende blik te ondersteunen. De lente/zomer 2025-show van de Ierse ontwerper, getiteld Everything Opens To Touch, vond plaats in het Opera Park in Kopenhagen. Op een catwalk versierd met brat-groene sculpturen van torso’s gemaakt door kunstenaar en model Jade O’Belle (die ook meeliep in de show) presenteerde O’Dwyer een inclusieve collectie die alle lichamen vierde.

“Ik dacht aan een jaar in North Carolina toen ik een tiener was”, vertelt O’Dwyer over het idee erachter. “Het was een jaar met veel firsts. Het was de eerste keer dat ik verliefd werd. Ik ging naar de kunstacademie en voelde me voor het eerst echt thuis. Ook dacht ik aan de hitte van de zomer. Het water, de zon, dat soort magische gevoelens.” De ontwerper herinterpreteerde haar kenmerkende ontwerpen, zoals shibari-geïnspireerde harnassen met korte mouwen, shorts en minirokken met schuine ruches en getailleerde stukken in nieuwe materialen. En die werden gedragen door een opmerkelijke line-up aan modellen, onder wie zangeres Mahalia, topmodel Alva Claire en blind model en omroeper Lucy Edwards, die samen met haar geleidehond meeliep.
Tegen de stroom in
Het was het soort casting dat buiten Kopenhagen vrij zeldzaam is (al dan niet ondenkbaar): over de catwalk lopen meer curvy en plussize modellen dan straight-size. Dat kreeg O’Dwyer voor elkaar door eerst de casting te doen, en vervolgens pas de sample sizes te maken. Een volgorde die niet gangbaar is in de modewereld: normaliter worden eerst de sample sizes gemaakt, waarna de modellen uitgekozen worden op basis van of ze de kleding passen. O’Dwyer kiest, als ontwerper met gelimiteerde middelen, er toch voor om tegen de stroom in te gaan en voor de onconventionele castingaanpak te kiezen. Waarom is het voor veel andere ontwerpers en modehuizen zo moeilijk om die omschakeling te maken?
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.